
Kenniscentrum
Binnen Mérieux NutriSciences | Expert Partners is het Kenniscentrum van cruciaal belang. Het Kenniscentrum besteed veel tijd en aandacht aan bijhouden van kennis, het verzamelen van nieuwe kennis en het opleiden en bijscholen van onze collega’s. Met deze actuele kennis kunnen onze collega’s onze klanten nog beter helpen. Op deze pagina van het MaQazine geven we, u als klant, een korte update van de belangrijkste nieuwsfeiten.
Nine Pijl – 4 min. Leestijd
ISO 9001:2026 update: Draft International Standard is nu gepubliceerd. De definitieve versie van de bij-gewerkte norm, ISO 9001:2026, wordt in de tweede helft van volgend jaar verwacht. Vijf dingen die je moet weten over ISO 9001:2026

ISO 14001:2026, publicatie verwacht in maart 2026
ISO 45001:2027 publicatie verwacht in jan 2027
Er is nog geen nieuwe ISO 22000 aangekondigd
De ontwikkeling van FSSC 22000 versie 7 is gestart. Belangrijke wijzigingen zijn de verplichting tot een risicobeoordeling voor kruisbesmetting met allergenen, het implementeren van beheersmaatregelen en een beleid om voedselverspilling tegen te gaan. Versie 7 wordt naar verwachting eind Q1 of begin Q2 van 2026 gepubliceerd.
Erkende levensmiddelenbedrijven moeten de komende tijd het identificatiemerk, het zogenaamde EG-nummer, op hun producten moeten aanpassen. In het identificatiemerk wordt ‘EG’ vervangen door ‘EU’. Bijvoorbeeld ‘NL 1234 EG’ wordt ‘NL 1234 EU’.

Binnen de EU: Het identificatiemerk voor producten van dierlijke oorsprong mag tot en met 31 december 2028 ‘EG’ bevatten. Producten waarbij voor 31 december 2028 het identificatiemerk met ‘EG’ is aangebracht mogen na die datum gewoon op de markt blijven.
Export: Het uitgangspunt is dat het identificatiemerk wat op het product is aangebracht overeenkomt met wat op het certificaat vermeld staat. E-CertNL is vanaf 5 oktober 2025 hierop aangepast. Bij het aanvragen van een certificaat kan het bedrijf per orderregel aangeven welke identificatiemerk wordt gebruikt: NL 1234 EG of NL 1234 EU. Let erop dat het gekozen identificatiemerk op het certificaat overeenkomt met het identificatiemerk op de partij. Voor producten of bedrijven waarbij geen toevoeging van EG of EU in het identificatiemerk van toepassing is, kan worden gekozen voor ‘geen EU- of EG-vermelding’ (alleen sector Veterinair Algemeen) of een ‘Erkenning buitenland’.
Exportregistraties: in een aantal derde landen zijn levensmiddelenbedrijven geregistreerd met hun volledige identificatiemerk (inclusief ‘EG’). De brancheorganisaties en NVWA werken eraan om deze registraties tijdig aangepast te krijgen door nieuwe lijsten te sturen waarbij de het achtervoegsel ‘EG’ is weggelaten. Het is aan de derde landen om deze aangeboden lijsten over te nemen. Voor derde landen die enkel het erkenningsnummer (bijvoorbeeld 1234) van bedrijven gebruiken als exportregistratienummer wijzigt er niets.
Bovenstaande geeft bedrijven de mogelijkheid om zelf te bepalen wanneer ze binnen de overgangsperiode overstappen op de nieuwe identificatiemerken.
Analyse van aflatoxineniveaus gerapporteerd in EU RASFF-waarschuwingen voor levensmiddelen en dier-voeders (Foods, 19/09) Deze studie analyseert 14 jaar aan aflatoxinewaarschuwingen (2010-2023). De verdeling van levensmiddelen en diervoeders in de waarschuwingen geeft aan dat pinda’s (34,4%), pista-chenoten (17,3%) en vijgen (12,5%) het hoogste risico op contaminatie vertonen. Bepaalde voedingsmiddelen (pinda’s, pistachenoten, hazelnoten, amandelen, vijgen, rijst, meloenzaden, paprika’s en nootmuskaat) hebben een hoger risico op contaminatie door aflatoxinen. Significante ver-schillen in de verdeling van aflatoxineniveaus tussen de herkomsten suggereren dat land specifieke facto-ren de aflatoxinecontaminatie beïnvloeden.
RASFF-meldingen Turkije (Food Additives & Contaminants, 09/10): Tussen 2020 en 2024 was 10,87% van alle RASFF-meldingen (2.255 van de 20.747) gekoppeld aan producten van Turkse oorsprong. Pesticide-residuen (met name chlorpyrifos) vormden het meest voorkomende gevaar.
Overzicht van RASFF-meldingen over kruiden en specerijen – 1999 tot 2023 (Food Control – binnenkort te verschijnen, 03/2026). Ze vertegenwoordigen 6,2% van de RASFF-meldingen. De meldingen betroffen het vaakst: Salmonella spp., mycotoxinen en pesticiden residuen.
• Zeer hoge TFA-niveaus in mineraalwater (Safe Food Advocacy, 09/10): Een Greenpeace-studie detecteerde zeer hoge TFA-niveaus in 12 monsters van mineraalwater in Italië en Duitsland. De niveaus overschreden de meest restrictieve nationale wetgevingslimieten met meer dan twintig keer.
• PFAS in vis en zeevruchten (Greenpeace.at, 13/10): PFAS-toxines werden gedetecteerd in elk getest monster van eetbare vis, mosselen en krabben uit de Noordzee en de Baltische Zee. Bijna de helft van de monsters vormt een gezondheidsrisico voor kinderen bij normale consumptieniveaus.
• PFAS in hertenvlees (Foedevarestyrelsen.dk, 01/10): Spierproeven van bijna 300 herten in Denemarken, afkomstig van 30 verschillende locaties, toonden aan dat geen enkel monster de door de EU vastgestelde grenswaarden voor PFAS overschreed.
• PFAS in wild (BfR, 01/10): In vergelijking met vlees bevat orgaanvlees hogere concentraties PFAS. De concentraties zijn bijzonder hoog in orgaanvlees van wild, zoals bijvoorbeeld wilde zwijnenlever. Ingewanden van in het wild levende diersoorten kunnen aanzienlijke hoeveelheden PFAS bevatten. Vanwege het hoge PFAS-gehalte wordt afgeraden om wilde zwijnenlever te eten, ongeacht de leeftijd van de geschoten dieren. Vooral kinderen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd, inclusief zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, moeten geen wilde zwijnenlever en daarvan afgeleide producten zoals wild leverworst of wild leverpastei eten.
Ten opzichte van de data uit het EFSA-rapport uit 2012 is de loodblootstelling gedaald. De grootste dalingen werden gevonden bij producten voor niet-standaard diëten, namaakvoeding en voedingssupplementen, en kruiden, sauzen en kruiderijen. Ook loodconcentraties in drinkwater in het huidige rapport zijn lager dan in 2012. Hogere gehalten werden gevonden in koffie, cacao, thee en infusies, peulvruchten, noten, oliehoudende zaden en specerijen en groenten en plantaardige producten. Een belangrijke bron van blootstelling is wildvlees. Vooral in het vlees rond de kogel is de loodconcentratie hoger. De blootstelling aan lood via wildvlees is ongeveer 6x hoger ten opzichte van ander vlees De gerapporteerde gehaltes in wildvlees zijn nu hoger dan in 2012. Waarschijnlijk komt dit omdat er meer metingen zijn en mogelijk omdat data van meer lidstaten beschikbaar zijn.
Arseen is een metalloïde dat door verontreinigingen in het milieu in levensmiddelen en drinkwater voorkomt. De EFSA heeft in 2009 al vastgesteld dat anorganisch arseen long-, blaas- en huidkanker en huidlaesies kan veroorzaken en dit nogmaals bevestigd in haar wetenschappelijk advies in 2023. Daarnaast beoordeelde de EFSA in 2021 de chronische blootstelling van de Europese bevolking via de voeding aan anorganisch arseen en bevestigde zij niet alleen de relevantie van levensmiddelen afkomstig van landdieren, maar concludeerde zij ook dat voor de volwassen bevolking vis en andere visserijproducten tot bronnen van blootstelling aan anorganisch arseen behoorden. Om de blootstelling van de bevolking aan anorganisch arseen te blijven minderen werden maximumgehalten voor bepaalde levensmiddelen afkomstig van landdieren vastgesteld in 2023. In september 2025 heeft de Europese Commissie maximumgehalten voor vis en andere visserijproducten aangekondigd middels Vo. (EU) 2025/1891 en opgenomen in Vo. (EU) 2023/915.
De Europese Commissie heeft een nieuwe versie van het guidance document on Listeria monocytogenes monitoring and shelf-life studies for ready-to-eat foods gepubliceerd Het vernieuwde guidance document sluit beter aan op bestaande documenten zoals het EURL Lm technical guidance document en ISO 20976-1. Bij de herziening is verder rekening gehouden met de aangescherpte microbiologische criteria voor Listeria monocytogenes, zoals vastgelegd in Verordening (EU) 2024/2895 (deze verordening wijzigt de (EC) No 2073/2005 en gaat in per 1 juli 2026). Het document gaat over de manier waarop bedrijven houdbaarheidsstudies opzetten en onderbouwen en is bedoeld als hulpmiddel voor voedingsmiddelenbedrijven die houdbaarheidsstudies uitvoeren en moeten aantonen dat hun producten gedurende de hele houdbaarheidsperiode veilig blijven. Het document biedt ook handvatten voor bevoegde autoriteiten die deze studies beoordelen in het kader van toezicht en handhaving. Het document is tot stand gekomen met input van experts uit heel Europa en is door EURL Lm gecoördineerd en door DG SANTE en vertegenwoordigers van de lidstaten beoordeeld. Het brede draagvlak vergroot hopelijk de kans dat het guidance document in de praktijk ook daadwerkelijk als referentie wordt gebruikt.
Het guidance document vormt een nieuw referentiekader voor Listeria monocytogenes in ready-to-eat (RTE) levensmiddelen, maar is geen officiële of juridisch bindende interpretatie van de EU-wetgeving.
